← Alle edities
Omslag — Het leven van dingen
Winnaar Sociologische Bril 2021

Het leven van dingen

Warna Oosterbaan — Atlas Contact

Bekijk bij de uitgeverij →

Soms kan een boek je inpakken. In dit boek stelt de auteur de trefzekere en tevens onschuldige vraag hoe het komt dat de sociologie vooral oog heeft voor mensen in plaats van dingen. Terwijl mensen dingen maken en dingen ook juist ons als mensen maken. Hij is geïnteresseerd in die relationaliteit en loodst de lezer via allerlei prachtige observaties op sociologisch verantwoorde wijze langs de invloed die dingen op het menselijke leven hebben. De auteur had zich makkelijk kunnen verliezen in wijdlopigheid of de absurditeit van prullaria en snuisterijen. Maar het blijft een strak georkestreerde en gedisciplineerde exercitie. Via Pierre Bourdieu, Heidegger en George Herbert Mead voegt het boek bovendien ook echt iets toe aan de sociologie. Want het legt inzichtelijk uit dat er ook voor de sociologie nog een blinde vlek zit: het boek beschrijft hoe dingen sociale actoren zijn. In een aanstekelijke en essayistische stijl, als toegankelijke hommage aan Bruno Latour, neemt Oosterbaan je mee op zijn fascinatie voor dingen, waarom we dingen bewaren, wat het betekent om op te ruimen en schoon te maken en hoe dingen ons verbinden met onszelf en met elkaar. Wist u dat uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde mens per jaar tweeënhalve dag kwijt is met zoeken? En dat in een wereld van zoekmachines. Persoonlijk denk ik dat Google onze dagelijkse kwelling naar afstandsbedieningen, brillen en sleutels niet minder heeft gemaakt. Het boek is daarnaast ook maatschappelijk relevant: het gaat in op Nederland als consumentenparadijs, dat we vooral teveel dingen hebben en beschrijft via reflecties over cultureel kapitaal en esthetische dispositie hoe dingen niet zonder mensen kunnen en dingen ook van elkaar afhankelijk zijn. Met andere woorden, het levert een verrassend boek op met allerlei observaties die lange tijd blijven plakken. Als je niet nieuwsgierig was, dan word je het van dit boek. Met een mooie leeslijst om na afloop de dingenwereld in te duiken.

Shortlist

Omslag — Gedeelde angsten
Gedeelde angsten

Rudi Laermans — Boom

Uitgeverij →
Omslag — Het leven van dingen
Het leven van dingen

Warna Oosterbaan — Atlas Contact

Uitgeverij →
Omslag — Waar blijft mijn tijd?
Waar blijft mijn tijd?

Tanja van der Lippe — Prometheus

Uitgeverij →
Omslag — Werk is geen oplossing
Werk is geen oplossing

Marguerite van den Berg — Walburg Pers

Uitgeverij →
Omslag — Wie Wat Woke?
Wie Wat Woke?

Walter Weyns — Pelckmans

Uitreiking

Foto van de uitreiking

Uitgesproken door Mark van Ostaijen, Nacht van de Sociologie, 25/11/2022, Rotterdam

Marguerite van den Berg – Werk is geen oplossing

De jury trof hierin een prachtig, geëngageerd, innovatief en origineel boek. Van den Berg toont zich een bijzonder toegankelijke schrijfster die complexe materie op een aantrekkelijke manier weet te benoemen. Bovendien schuwt ze daarbij niet om kritisch te reflecteren op haar eigen positie. Het boek daagt uit, verzet de kaders van het denken en schuwt niet om radicaal tegen het geijkte denken over werk en arbeid in te denken. Het boekt zoekt en vindt nieuwe bronnen van zuurstof, voor verbinding en verbeelding, voorbij de geaccepteerde kaders van ons denken. Dat klinkt wellicht pretentieus, maar dit boek maakt die pretentie ook waar. Werk geeft geen zekerheid, is geen oplossing, doen we niet voor onszelf en werkt niet emanciperend. Via Karl Marx, Nancy Fraser en Judith Butler werkt vd Berg ook middels biografische observaties een diagnose uit die prikkelt, uitdaagt en beklijft. Een jurylid omschreef dat het boek treffend en ook heel meeslepend is geschreven, want ‘je wordt als lezer zo meegesleept dat je je eigen positie vergeet’. Het boek toont het belang van onbetaalde arbeid, biedt een neomarxistische en feministische manier waarop we werk zouden moeten zien en stelt op basis daarvan vast dat iedereen zich via micro-verzet teweer kan stellen tegen het dominante kapitalistische uitbuitingsschema waarin betaald werk gevangen zit. Het biedt een prikkelende diagnose, een politiek geluid, een theoretisch doorwrochte analyse en tevens een leeslijst en handelingsrepertoire (met zelfs een uitknippagina wat te doen).

Je zou willen dat in de sociologie vaker iemand op deze manier durft op te staan, de balans op kan maken van internationale literatuur en publiekelijk positie claimt op een urgent maatschappelijk vraagstuk. Het is gewichtig zonder ontoegankelijk te zijn, het is idealistisch zonder in abstracties te hullen en het is geëngageerd vanuit een integere kennisbasis. Een regelrechte aanwinst voor de publiekssociologie.

Rudi Laermans – Gedeelde angsten

Rudi Laermans tekende vorig jaar voor het allereerste Sociologisch Essay. En dat essay is niet alleen een schitterend initiatief (uitgegeven door Boom), maar levert ook meteen een perfecte kandidaat op voor een publiek-sociologische boekenprijs. Want Laermans verstaat de kunst van het sociologiseren als geen ander. In dit essay herneemt of herclaimt hij de thematiek van angst terug uit het individualistische, psychologische en overgepsychiatriseerde domein en sociologiseert hoe angsten ons beheersen en beperken, als een collectieve en culturele conditie. Via Bauman, Luhmann en Beck loodst hij de lezer op toegankelijke en essayistische wijze langs de grote vragen van faalangst, relatie-angst, controle-angst, statusangst en angstcultuur om uiteindelijk een pleidooi te houden voor
collectief ont-angsten. Daarnaast is Laermans in staat om een lucide pen te combineren met een scherp sociologische analysekader waarbij hij in staat is om onze angstcultuur genadeloos te fileren. Het boek heeft -terecht- een uitstekende receptie gehad in Vlaanderen en verdient een groter lezerspubliek ook hier in NL. Dit essay biedt zowel qua vorm, inhoud als actuele thematiek een uitstekend alternatief voor al die Vlaamse psychiaters die Nederland op miraculeuze wijze wel weten te bereiken. Een regelrechte aanwinst voor onze publieke verbeelding.

Tanja van der Lippe – Waar blijft mijn tijd?

Wat is het toch mooi en goed dat mensen zoals Tanja van der Lippe, een autoriteit als het gaat om werk, privé en tijdbestedingsonderzoek, de moeite nemen om de belangrijkste inzichten uit hun onderzoek te bundelen en daar een overzichtelijk en toegankelijk boek van maken. Het is een prachtige bundeling van wat veel SCP rapporten al jarenlang laten zien, maar zet alle trends en feiten op een rijtje. Daarmee is Waar is mijn tijd is het antwoord op iedereen die zich afvraagt waarom we het toch allemaal zo druk hebben, wat tijdsdruk exact is en hoe ‘we’ het in Nederland qua werk, zorg en vrijetijd doen ten opzichte van omringende landen. Ze gaat in op de invloed van thuiswerken, deeltijdwerken en waarom druk zijn tijdens onze vrijetijd een statussymbool is voor sommige mensen. Daarmee staan het boek van vd Lippe en vd Berg in elkaars verlengde. Ze vullen elkaar ook mooi aan met zowel kwalitatieve als kwantitatieve data en tonen dat werk en arbeid weer tomeloos actueel zijn. Niet voor niets is vd Lippe bekroond door minister Dijkgraaf met de Stevin premie, “de hoogste wetenschappelijke onderscheiding op het gebied van kennisbenutting voor de samenleving”
voor haar maatschappelijk relevante werk. Dit boek complementeert die inzet en maakt het een rijk boek, relevant voor een groot publiek.

Warna Oosterbaan – Het leven van dingen

Soms kan een boek je inpakken. In dit boek stelt de auteur de trefzekere en tevens onschuldige vraag hoe het komt dat de sociologie vooral oog heeft voor mensen in plaats van dingen. Terwijl mensen dingen maken en dingen ook juist ons als mensen maken. Hij is geïnteresseerd in die relationaliteit en loodst de lezer via allerlei prachtige observaties op sociologisch verantwoorde wijze langs de invloed die dingen op het menselijke leven hebben. De auteur had zich makkelijk kunnen verliezen in wijdlopigheid of de absurditeit van prullaria en snuisterijen. Maar het blijft een strak georkestreerde en gedisciplineerde exercitie. Via Pierre Bourdieu, Heidegger en George Herbert Mead voegt het boek bovendien ook echt iets toe aan de sociologie. Want het legt inzichtelijk uit dat er ook voor de sociologie nog een blinde vlek zit: het boek beschrijft hoe dingen sociale actoren zijn. In een aanstekelijke en essayistische stijl, als toegankelijke hommage aan Bruno Latour, neemt
Oosterbaan je mee op zijn fascinatie voor dingen, waarom we dingen bewaren, wat het betekent om op te ruimen en schoon te maken en hoe dingen ons verbinden met onszelf en met elkaar. Wist u dat uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde mens per jaar tweeënhalve dag kwijt is met zoeken? En dat in een wereld van zoekmachines. Persoonlijk denk ik dat Google onze dagelijkse kwelling naar afstandsbedieningen, brillen en sleutels niet minder heeft gemaakt. Het boek is daarnaast ook maatschappelijk relevant: het gaat in op Nederland als consumentenparadijs, dat we vooral teveel dingen hebben en beschrijft via reflecties over cultureel kapitaal en esthetische dispositie hoe dingen niet zonder mensen kunnen en dingen ook van elkaar afhankelijk zijn. Met andere woorden, het levert een verrassend boek op met allerlei observaties die lange tijd blijven plakken. Als je niet nieuwsgierig was, dan word je het van dit boek. Met een mooie leeslijst om na afloop de dingenwereld in te duiken.

Walter Weyns – Wie wat woke

Eindelijk is dit boek er. Want als het ergens de laatste tijd over is gegaan, dan is het wel wat en wie woke is. De Antwerpse socioloog Walter Weyns weet op de door voor hem kenmerkende stijl eerst het woke geloof en daarna de woke werken te fileren. Daarbij laat hij zien dat woke wordt gevormd door mensen die strijden tegen onrechtvaardigheid. Maar dat die onrechtvaardigheid soms ook tegen zichzelf kan keren en bijzonder onrechtvaardig kan zijn. Daarmee is dit boek geen simpel pleidooi voor of tegen woke, maar een kritische cultuuranalyse over woke. Het boek maakt gebruikt van sociologische begrippen als intersectionaliteit, institutioneel racisme, performativiteit en dekolonisatie. Gewichtige begrippen die juist zeer toegankelijk worden uitgelegd en beschreven. Het boek is een duidelijke oproep om vooral zelf meer na te denken over de overtuigingen die we hebben. Met welke maatstaven (klasse, gender, ras) we anderen de maat nemen en waar die exact vandaan komen. Het is zeer toegankelijk geschreven en dus een echt publieksboek. Het is zeer informatief, zet aan tot kritische zelfreflectie en bevat een uitgebreide literatuurlijst om verder te lezen. Een aanrader.